Alles wat u wilt weten over een diamant

Diamant wordt wel de 'koning der edelstenen' genoemd. Toch is deze edelsteen heel eenvoudig van samenstelling.

Diamant bestaat uit zuivere koolstof die kristalliseert ten gevolge van zeer hoge druk en hoge temperatuur. Deze omstandigheden vinden we enkel op een diepte van 150 tot 200 km onder het aardoppervlak. Diamant vindt vervolgens zijn weg naar het aardoppervlak door vulkanische uitbarstingen. Dit vulkanisch materiaal dat diamant bevat noemen wij 'kimberliet', afgeleid van de Kimberley-mijn in Zuid-Afrika waar sinds het einde van de 19e eeuw de moderne diamantindustrie ontstond.

Hoewel de diamantproductie in de afgelopen jaren is toegenomen, is er naar schatting in de loop van de geschiedenis in totaal slechts 500 ton diamant gewonnen. Van alle diamanten die nu gevonden worden, is ongeveer 15-20 % geschikt om in een sieraad te verwerken. Tussen deze diamanten is er dan natuurlijk ook nog een groot verschil in kwaliteit. Deze kwaliteit, en bijgevolg ook de waarde van de diamant, wordt bepaald door een combinatie van vier verschillende kwaliteitsnormen, die de 4 C's genoemd worden.



Carat weight - Karaatgewicht



De standaard gewichtseenheid voor diamanten en voor de meeste edelstenen is de karaat. 1 Karaat is gelijk aan 200 milligram.

Niet te verwarren met karaat voor goud dat het percentage puur goud aangeeft. Wanneer andere waardebepalende factoren gelijk zijn, kan worden gesteld dat de waarde van de diamant stijgt naarmate het gewicht toeneemt.

Bij perfect geslepen briljanten (zie verder) geldt volgende regel :



Clarity – Zuiverheid

  


De zuiverheid van de diamant varieert op een schaal van loepzuiver tot onvolmaakt.
Zowel insluitsels (intern) als oneffenheden (extern) hebben invloed op de zuiverheid van de diamant. De grootte, het aantal en de plaats van de onzuiverheden, de ligging van de interne en externe kenmerken, de belangrijke structuurverschijnselen, de kleur en transparantie van onzuiverheden bepalen uiteindelijk de zuiverheidsgraad van een diamant.
Slechts een beperkt aantal diamanten is loepzuiver, d.w.z. dat ze volledig vrij van onzuiverheden zijn wanneer ze door een expert onder een loep (10x vergrotend) bekeken worden.


Colour - Kleur






De kleur van de diamant wordt bepaald door visuele vergelijking met een internationaal goedgekeurde reeks ijkstenen.
In de praktijk betekent dit dat men kijkt in hoeverre de kleur van een steen afwijkt van een kleurloze (een blauwwitte) diamant. Het merendeel van de diamanten heeft een vleugje geel of is bruingetint en een klein aantal diamanten heeft een kleur die afwijkt van het normale type.

Met uitzondering van enkele diamanten in fantasiekleuren ("fancies") zoals blauw, roze, paars of rood, is de kleurloze diamant, de exceptional white (D+), de meest waardevolle en de meest gegeerde.


Cut – Slijpvorm







Aan de steen wordt een bepaalde slijpvorm gegeven zoals ronde briljant, ovaalvorm, markiesvorm, peervorm, hartvorm en smaragdvorm.
Cut verwijst naar de interne verhoudingen en afwerkingsgraad van een geslepen diamant en wordt ook wel eens maaksel genoemd.
De verhoudingen verwijzen naar de relatie grootte-hoek tussen de facetten en de verschillende delen van de diamant. Als deze verhoudingen ideaal zijn, zal de diamant erg schitteren. Onder afwerking verstaan we de vorm en de plaats van de facetten en het slijpen.
Het slijpen beïnvloedt zowel het gewicht als de schittering van de diamant. Dit heeft dan ook tot gevolg dat men soms de steen iets minder perfect zal slijpen, als men daardoor het gewicht van de steen iets groter kan houden.
Naarmate de verhoudingen en de afwerking meer en beter balanceren, zal ook de waarde van de diamant stijgen.


De meest bekende en ook alom voorkomende slijpvorm is de briljant-slijpvorm met 57 facetten (of 58 als je de punt onderaan, het kollet, ook meetelt).

Speciaal van slijpvorm en feller van schittering is de Flanders Cut, een achthoekige slijpvorm, ontwikkeld in de Antwerpse Kempen, die zijn grotere schittering dankt aan de 61 facetten en de zeer complexe symmetrie. Om de absolute schittering te kunnen behalen, moeten alle facetten dan ook op een zeer precieze wijze geslepen worden. In vergelijking met de klassieke ronde briljant neemt het slijpen van een Flanders Cut gemiddeld een derde meer tijd in beslag.