Hoe ontstaan parels en wat is de toepasbaarheid?

Parels worden gevonden in de schelp van een weekdier. Deze dubbelschalige schelpen worden doorgaans 'pareloesters' genoemd, al zijn het in feite niet altijd oesters.

In tegenstelling tot edelstenen hoeft een parel niet bewerkt te worden, zij wordt in al haar volmaaktheid gevonden. Enkel de natuur bepaalt haar kleur en vorm. Een parel schittert ook niet, maar beschikt over subtiele kleurschakeringen in het parelmoer.

De natuurlijke parel is dus een speling van de natuur, veroorzaakt door een vreemd lichaam (zoals een zandkorrel, een stukje schelp of een klein kreeftje) dat een pareloester binnendringt. Om zichzelf te beschermen, vormt de oester kleine laagjes parelmoer om de indringer heen. Dit gebeurt totdat er een rond, glanzend bolletje ontstaat: de parel....


Wanneer wij de natuurlijke parel onder een röntgenapparaat leggen, kunnen wij zien dat deze uit vele laagjes bestaat, zoals bij een ui. Natuurlijke parels zijn overigens uiterst zeldzaam en dus kostbaar. Zo moeten er maar liefst 15.000 oesters geopend worden om één enkele parel te vinden.

Parels werden met gevaar voor eigen leven opgedoken door parelvissers en waren zeer zeldzaam. Om deze reden probeerden mensen dan ook eeuwenlang om parels te kweken. Het duurde echter tot het begin van de 20ste eeuw voordat er een succesvolle kweekmethode werd ontwikkeld. De Chinezen slaagden er namelijk in voor het eerst het 'productieproces' van de oester op gang te brengen. Maar het was de Japanse pastaverkoper Mikimoto Kokichi die er in slaagde om de eerste ronde, mooie parel te kweken. Hij injecteerde een bolvormig geslepen stukje van een mosselschelp in de pareloester en dat bleek de sleutel tot het grote succes. De parels die op deze manier verkregen worden zijn immers ronder en helderder dan parels die ‘toevallig' ontstonden. Ze zijn ook minder zeldzaam, aangezien ze ‘geoogst' worden in parelbedrijven. Nochtans heeft de natuur ook hier drie tot vier jaar nodig om haar werk te doen.

De gecultiveerde parel doet in schoonheid nauwelijks onder voor de natuurlijke. Sterker nog, het verschil is niet met het blote oog waar te nemen. Enkel met behulp van röntgenapparatuur kan de gekweekte van de natuurlijke parel worden onderscheiden.

Het verschil tussen echte parels en imitatieparels (die volledig door de mens gemaakt werden) is echter erg makkelijk op te sporen. De glans van natuurlijke en cultuurparels is immers veel dieper en wanneer u de parels tegen de tanden wrijft, merkt u dat hun oppervlak lichtjes krast. Imitatieparels zijn daarentegen perfect glad maar missen de magische glans die de echte liefhebbers zo aantrekt. Nochtans worden sommige soorten imitatieparels gefabriceerd volgens een zeer gesofisticeerd procédé zodat een leek door hun glans misleidt kan worden. In de parel ‘bijten' en de zachtheid vergelijken blijft dan ook de beste test.


Parels zijn er in talloze prijsklassen en kwaliteiten. Algemeen wordt gesteld: hoe groter de parel, hoe hoger de prijs. Het duurt nu eenmaal langer voordat een oester een grotere parel heeft gemaakt. De glans is eveneens van belang, zo zal een geoefend oog de satijnzachte gloed van een echte parel in een oogwenk onderscheiden van die van welke imitatie dan ook. Een parel van de hoogste kwaliteit mag natuurlijke onregelmatigheden hebben, maar geen vlekjes. Tot slot is de symmetrische vorm van belang. Hoe volmaakter de ronding van de parel, hoe groter de waarde.

Waar komen de mooiste parels vandaan ?
Alle parels zijn verschillend. Hun vorm, grootte, kleur en glans worden bepaald door hun afkomst.

Uit oesters afkomstig uit de Japanse wateren worden de Akoya cultuurparels gewonnen. Deze kleine oesters geven mooie ronde parels met een diameter van 2 tot 9 mm. De parels uit de Stille Zuidzee zijn zeldzamer maar wel groter (9 tot 16 mm en zelfs meer). De vorm van deze parels varieert; slechts weinig parels zijn perfect rond. Op basis van de verschillen in kleur onderscheiden wij twee categorieën :

De witte of crèmekleurige parels, afkomstig van de ‘Pinctada Maxima', vindt men terug
langs de kusten van Australië, de Filippijnen, Maleisië. Deze parels hebben een uitzonderlijk dikke laag parelmoer. De groen-zwarte parels, afkomstig van de ‘Pinctada Margaritifera', worden gewonnen in de zeeën rond Tahiti. Het parelmoer van deze oesters is donkergroen, waardoor de parels een uitzonderlijke kleur krijgen.
Zoetwaterparels hebben een heel andere oorsprong: ze worden niet gewonnen uit oesters, maar uit mosselen, die niet in zeeën maar in meren voorkomen. De meeste zoetwaterparels zijn afkomstig uit China. Ook in Japan, vooral in het Biwameer (Biwa-parels,) worden ze gewonnen. Deze parels zijn meestal kleiner en onregelmatig van vorm en bovendien groeien er in elke mossel verschillende pareltjes tegelijk.

Onderhoud van parels


Als parels niet verzorgd worden, verouderen ze snel. De parel wordt dan mat, verliest zijn typische glans en er verschijnen kleine barstjes. Tenslotte zullen de parelmoerlagen zelfs beginnen loskomen. De voornaamste vijanden van parels zijn transpiratie, parfum en cosmeticaproducten. De ideale verzorging bestaat erin om de parels op te wrijven met een zeemvel of een fluwelen doek, nadat men ze gedragen heeft.